Door Diede Verbiest

Open coupé in de boemeltrein naar Florence

Met een kop koffie of thee en een boterham in het knuistje snel ontbeten en richting Marradi, het dichtstbijzijnde treinstation, gereden. Dichtstbijzijnd betekent hier wel een klein uurtje rijden (48 minuten welteverstaan!), maar er waren alleen twee treinen ‘s ochtends die pas ‘s avonds terug kwamen. Vanaf daar de boemeltrein naar Florence gepakt. Dit pittoreske alternatief was ad hoc gekozen door Ninette, die zoals bijna iedereen, de bochtige bergweg naar Florence wilde vermijden.

Die paar ochtenduurtjes voor onszelf hebben we, naar mijn mening, optimaal benut! Met de beschrijving van onze Florentijnse gids nog vers in ons hoofd, hebben Nora, Ninette, René, Mariet en ik gekozen om een wandelingetje door Florence te maken en we hebben een paar van de gisteren aanbevolen plekken, bezocht: Ponte Vecchio en de overdekte markt.

Winkels op de Ponte Vecchio

Ponte Vecchio (Italiaans voor ‘de oude brug’) is zoals de naam al zegt, de oudste brug over de Arno. Nu is het een trekpleister voor toeristen en de industrie erachter. De juweliers hebben – om  zo te zeggen – de oude brug in beslag genomen en het is aan beide kanten, over de hele lengte, huisje-na-huisje, een en al goud en edelstenen die te koop worden aangeboden. Wij, de Nederlanders, hebben het oude gezegde: ‘kijken, kijken, niet kopen’ … weer bevestigd.

Eenmaal daaroverheen gelopen, onderweg naar de foodhall, hebben wij een immense stortbui met alles ´d’r-op-en-d’r-an´ van dichterbij meegemaakt: een donderslag die je bijna een hartverzakking bezorgt, zo dichtbij, dat het binnen een paar tellen de brandweerwagen liet langskomen. En zo snel die regenbui is gekomen, zo snel is ze ook weer weggegaan…

Tussen de regendruppels door zijn we langs meerdere ‘artistieke‘ verkeersborden gelopen. Door deze verkeersborden is het moderne Florence fameus geworden en volgens onze gids van gisteren, zijn er zelfs wandelroutes gemaakt om alle 25 of 26 stuks te bekijken.

Kunstzinnige verkeersborden

O, en niet te vergeten: de gelateria’s!
Ik heb het grootste Italiaanse ijsje wat maar gevonden kon worden, gekocht – HEERLIJK!!!

Bijna een halve kilo ijs!

De Mercato Centrale (Italiaans voor de foodhall)  is een zeer imposant gebouw met acht ingangen, en twee verdiepingen, met winkels en kleine restaurants bezaaid, een ouderwetse – bijna primitieve –  aangelegenheid om je eigen gerechten en/of producten te promoten. Bijna doordrenkt met regenwater en moe van de wandeling hebben we daar onze lekkere Italiaans lunch genoten.

Vervolgens een taxi gepakt naar het ‘Opifficio delle Pietre Dure’ en het ‘Laboratori di Restauro’ van Florence, de eindbestemming van onze tweede bezoekdag.
Deze wereldberoemde instelling, de oudste uit Italië, is een staats-onderzoeksinstituut, dat onder het Ministerie van Cultuur valt en stamt uit de begintijd van de Medici-dynastie. Het is opgericht in 1588 in opdracht van  Ferdinando I de’ Medici, tijdens de uitgebreide restauratie van een Byzantijns altaarstuk, ingelegd met edel- en halfedelstenen (uit de Cappella dei Principi (de Prinsenkapel) van de Basilica di San Lorenzo, uit Florence). Behalve de uitgebreide onderzoekstaak, leidt de instelling vandaag-de-dag ook een paar restauratoren op, in een korte, één- of twee-jarige opleiding, die men niet met de echte restauratiescholen/opleidingen verwarren mag.

Alles was min of meer geheim en we mochten niet fotograferen. Om zeker te zijn dat dat ook niet gebeurt, was ons, behalve onze oplettende begeleider, ook een dame van de beveiligingsdienst toegewezen, die ons continu in de gaten gehouden heeft. Tegenwoordig werken er zo’n 58 mensen waarvan 40 conservatoren/restauratoren in verschillende disciplines: schilderijen, polychrome beelden, muurschilderingen, mozaïeken, papier, textiel en wetenschappelijke onderzoeken.

Wij hebben een kijkje mogen nemen in het atelier bij een restauratie van een Etruskisch fresco, diverse gepolychromeerde beelden, waaronder eentje deels gemaakt was van papier-maché, en vele schilderijen. Er werden vele grote meesters gerestaureerd, maar op dat moment was er een heel bijzondere, een renaissance-topstuk, afkomstig uit het Uffizi Paleis: een portret van Paus Leo X en zijn neven Giulio D’Medici en Luigi D’Rossi uit 1518/19, door Rafaël. De restaurator die er mee bezig was heeft ons netjes uitgelegd wat ze eraan heeft gedaan om de vernis te verwijderen en met een watje met D40 liet ze ons zien hoe het schilderij er weer uit kwam. De papierrestauratoren hebben pech. De afdeling voor papierrestauratie was wegens ontsmettingswerkzaamheden gesloten.

De groep met begeleider bij de Opificio

Op de terugweg naar huis houd en wij een bijkom-stop op een terrasje vlak bij het treinstation, waar we op aanbeveling van Pier,  een – voor ons onbekend- traditioneel oranje Italiaans drankje hebben genoten.

Weer dat treinreisje en weer die bochtige weg. Maar op de pikdonkere top, in de verte, waren de lichtjes van het huisje Vidovina alweer aan het branden en konden we aanschuiven aan tafel waarbij er wederom heerlijk voor ons was gekookt.  De flessen vino op de tafels, waren aan het chambreren!

De bijkomen-stop met Italiaanse lekkernijen