Reactie Kunsten ’92 op advies van Raad voor Cultuur BIS 25-28

Op zondag 2 april heeft de Raad voor Cultuur (RvC) zijn Advies aanvraag- en beoordelingsprocedure BIS-advies 2025-2028 gepubliceerd. Op basis van meerdere gespreksronden, waaronder een fysieke bijeenkomst voor het brede veld in Utrecht op 11 april, en een online bijeenkomst voor  Leden en Vrienden op 18 april, heeft Kunsten ’92 op maandag 1 mei de woordvoerders cultuur in de Tweede Kamer en aan de Staatssecretaris Cultuur en Media een formele reactie gestuurd op het advies.

Kunsten ’92 vindt dat de raad een helder advies heeft geschreven. Alle onderwerpen die Kunsten ’92 belangrijk vindt, zoals inclusie, fair practice, governance, duurzaamheid en grensoverschrijdend gedrag krijgen aandacht. De vraag is echter of het geheel aan instapeisen, criteria en codes ook leidt tot een werkbaar en vruchtbaar beoordelingskader. Kunsten ’92 geeft daarom zeven dringende aandachtspunten mee:

  1. De beoordelings- en regeldrang van de raad oogt (te) groot. Administratieve lastenverlichting krijgt volop aandacht van de raad. De voorstellen tot versimpeling lijken echter nauwelijks op te wegen tegen de voorstellen die leiden tot verzwaring van administratieve lasten. Voorkom dat er een grote papieren tijger aan plannen en beoordelingen ontstaat.
  2. Toegankelijkheid staat onder druk. Hoewel de raad in zijn advies terecht veel waarde hecht aan ‘toegankelijkheid’, lijkt het advies tegelijkertijd behoorlijke drempels op te werpen voor nieuwkomers en daarmee mogelijk ook voor nieuwe publieksgroepen. We missen in het advies een reflectie op de noodzaak van nieuwe spelers en ruimte voor vernieuwing, innovatie en op de categorie ontwikkelinstellingen.
  3. Er wordt nauwelijks een verbinding gelegd met gemeentelijk, provinciaal en Europees cultuurbeleid. Voor het realiseren van gedeelde ambities tussen overheden én een sterke keten hebben we de samenwerking tussen rijk, provincie, gemeenten en de Europese Unie hard nodig.
  4. De regio is onderbelicht. Ondanks een trackrecord van eerdere adviezen waarin juist de afstemming tussen raad en regio centraal staat, komt dit nu in het advies van de raad nauwelijks nog aan bod, op een algemene oproep na om de beoordelingskaders van rijk, gemeenten en fondsen op elkaar af te stemmen.
  5. De raad gaat in zijn advies bijna niet in op de financiële consequenties van zijn voorstellen. Kunsten ’92 vraagt zich af wat de consequenties zijn van de kosten die gepaard gaan met de ambities rond bijvoorbeeld duurzaamheid en Fair Pay. De financiële consequenties eenvoudigweg op het bordje van het culturele veld leggen gaat in deze tijd van stijgende kosten onherroepelijk tot ongelukken leiden.
  6. Betrokkenheid bij maatschappelijke transities is iets anders dan het criterium ‘maatschappelijke betekenis’. De toepassing door de raad van het criterium ‘maatschappelijke betekenis’ bij de beoordeling van elke instelling is een andere interpretatie van deze wens om de culturele en creatieve sector meer in te zetten bij complexe maatschappelijke transities en werkt verwarrend. Als criterium hier werkt ze vernauwend en het gevaar ontstaat dat het kunst puur instrumenteel maakt. Kunsten ’92 pleit voor ruimte en middelen om hier verdere invulling aan te geven.
  7. Instemming met advies Raad voor Cultuur bovensectorale ondersteunende instellingen. Het advies van de raad dd. 2 april jl. over de rolverwarring tussen bovensectorale ondersteunende instellingen en departementen wordt herkend. Kunsten ’92 ondersteunt het advies om deze rolverwarring op te heffen en deze helder te krijgen.

Daarnaast hopen we dat er ook aandacht komt voor de rust, ruimte en vernieuwing die nodig zijn voor de sector om toekomstbestendig, en op basis van onderlinge solidariteit, door te ontwikkelen.