Nieuwe Restauratoren Register

Restauratoren Nederland is betrokken bij de oprichting van een onafhankelijke stichting die middels een keurmerk de kwaliteit bewaakt van conserverings- en restauratieprojecten.

De implementatie van een eigen kwaliteitssysteem binnen de vereniging, met een toelatingsprocedure voor erkende restauratoren, is in het verleden niet haalbaar gebleken. Sinds kort volgt Restauratoren Nederland een nieuwe koers waarbij iedereen in het beroepsveld lid kan worden van de vereniging, en de kwaliteitsbewaking door een externe organisatie wordt geregeld: het Nieuwe Restauratoren Register.

Voor het laatste nieuws zie de nieuwsbrief van juli 2016 1ste nieuwsbrief Stichting Restauratoren Register

RN neemt deel aan het tripartite initiatief, gevormd door ARA (Art Restorers Association), RN en RR (het oude Restauratoren Register). Deze groep werkt aan de oprichting van een onafhankelijke stichting, die het Nieuwe Restauratoren Register zal gaan bijhouden. Dit is een lijst van beroepsbeoefenaars die aan bepaalde kwaliteitscriteria voldoen. De erkenning zal de vorm krijgen van een keurmerk. In eerste instantie zal de stichting zich richten op de beroepsgroep van conservatoren en restauratoren. In de toekomst zullen wellicht ook criteria worden opgesteld voor gelieerde beroepen, zoals behoudsmedewerkers.

Het Nieuwe Restauratoren Register zal voor het opstellen van de criteria, en het toetsen van inschrijvers, bestaande kenniscentra en opleidingsinstituten in het werkveld consulteren (zoals de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Nederlandse Museumvereniging). Daarnaast is het Platform Erfgoedopleidingen opgericht om een goede afstemming binnen de opleidingen te realiseren. RN zal daarin als vertegenwoordiger van het werkveld fungeren.

 

23 oktober 2019
Update Restauratoren Register

 

Het nieuwe Restauratoren Register is op 1 juli 2019 van start gegaan!

Verslag van RN bijeenkomst 14 september 2019, door Annefloor Schlotter en Jessica Roeders, met bijdragen van verschillende aanwezigen.

Het bestuur van Restauratoren Nederland (RN) constateerde onder zijn leden twijfels en een zekere onvrede over de stand van zaken rondom het Restauratoren Register (RR). Omdat het bestuur van RN het belangrijk vindt om gehoor te geven aan dit soort signalen, werd op 14 september een bijeenkomst georganiseerd waarin het draagvlak voor het register werd verkend en de leden hun meningen en vragen kwijt konden.

Het RR is op dit moment nog in ontwikkeling, hoewel je je al kan aanmelden. Er wordt bijvoorbeeld door een speciale commissie volop gewerkt aan een lijst van “erkende opleidingen” en de bij- en nascholing[1] bestaat nog niet. De UvA zal in samenwerking met het Nationaal Centrum Erfgoedopleidingen (NCE) modules hiervoor gaan ontwikkelen. Ook de begeleidingscommissie van het RR is de afgelopen tijd veranderd en uitgebreid. De samenstelling van de begeleidingscommissie is nu een betere afspiegeling van het hele restauratieveld. Walter de Koning, voorzitter Stichting Erkende Restauratie Kwaliteit Monumentenzorg (ERM) heeft toegezegd dat de namen van de begeleidingscommissie leden binnenkort te vinden zullen zijn op de website van ERM.

Vanuit het RN bestuur vertegenwoordigt Jazzy de Groot (zelfstandig schilderijenrestaurator) de leden binnen de begeleidingscommissie van het RR (voorheen was dit Vincent van Drie). Een dappere taak! Zij heeft op 14 september haar uitgangspunten voorgelegd aan de RN-leden en ruimte gegeven om direct te reageren. Met de vragen en opmerkingen van de leden wil zij RN goed vertegenwoordigen binnen de begeleidingscommissie.

Vanuit het bestuur van RN waren Jazzy de Groot, Gerard Megens, Bibby Beekman aanwezig. Aga Rijnboutt was aanwezig namens Hobéon, een van de twee onafhankelijke partijen die als toetsende instelling zal optreden bij de toelating tot het Register. Er waren 20 leden aanwezig, Open Monumentendag werd mede als reden aangedragen voor dit kleine aantal. Het was niet druk bezocht, maar de kleinschaligheid zorgde voor een laagdrempelige sfeer waarin er veel ruimte was voor discussie en vragen. Het werd een nuttige bijeenkomst, waarin goede vragen werden gesteld en zorgen werden geuit. Jazzy leidde de discussie kundig, ze gaf de leden de ruimte en ze was oprecht geïnteresseerd in de reacties. De bijeenkomst is genotuleerd door Ninette Willemsen (secretariaat Restauratoren Nederland).

Om een impressie te geven van de bijeenkomst zijn verschillende RN leden gevraagd om kort weer te geven hoe zij de bijeenkomst hebben ervaren en welke punten en/of vragen ze willen delen. Algemene opmerkingen van de deelnemers  zijn hieronder gebundeld en persoonlijke punten zijn daarna geciteerd:

  • De reacties op de uitleg wat precies het nut van het register is, waren heel divers. Is het register de enige mogelijkheid om de achterdeur te sluiten voor slecht gekwalificeerde restauratoren? Hoe sterk is het argument dat er meer werk uit voortkomt wanneer iedereen ingeschreven staat? Komt de vraag naar een register voort uit een behoefte van de overheid? Het blijft voor sommige ZZP’ers en instellingsrestauratoren onduidelijk waarom men zich zou moeten inschrijven in het register. De term ‘onzin’ is zelfs gevallen. Voor anderen was het duidelijk dat het register noodzakelijk is om het vak vooruit te helpen.
  • Zou de museumvereniging of RCE niet al in een veel eerder stadium betrokken moeten zijn geweest in het ontwikkelen van dit register. Als het Register niet door het museumveld of de Rijksdienst wordt ondersteund, hoeveel waarde heeft het register dan?
  • Men maakt zich zorgen over de erkenning van opleidingen van verschillende niveaus, zonder onderscheid te maken in competenties. Bij de toelating van het RR mogen nu restauratoren met een universitaire opleiding + 2 jaren ervaring, HBO opleiding + 3 jaren ervaring, MBO opleiding + 4 jaren ervaring zich aanmelden. Het Register wekt dus het idee dat praktische ervaring het verschil in opleidingsniveau compenseert. Als het zo is, waarom werd er in Nederland dan zoveel moeite gedaan om de restauratorenopleiding tot een universitair niveau te brengen, terwijl een goede HBO opleiding al bestond? Werd toen niet veel moeite gedaan om te bewijzen dat restauratie niet alleen kennis van materialen, beheersing van restauratie technieken en een goede handwaardigheid eist, maar allereerst inzicht in de complexe relaties tussen de verschillende lagen van een stuk erfgoed (materialen, technieken, kunstgeschiedenis, geschiedenis en conditie)? En is de ontwikkeling van dit inzicht juist niet datgene wat een universitaire opleiding onderscheidt van de anderen?
  • Waarom is een register gewenst als de verschillen in competenties tussen opleidingsniveaus en specialiteiten niet duidelijk worden vermeld in het Register? De geregistreerde restaurator kan ervoor kiezen om zijn achtergrond op zijn profielpagina te noemen, maar dit is niet verplicht. Is het Register juist niet bedoeld om de opdrachtgevers te informeren over de verschillende achtergronden zodat ze kunnen kiezen voor de restaurator die bij hen past?
  • Het is te voorspellen dat er een ongezonde rivaliteit zal ontstaan in de restauratiewereld als de opleidingsniveaus binnen het RR genivelleerd gaan worden. Zou het niet beter zijn om de verschillen tussen de opleidingsniveaus juist te erkennen en deze te benadrukken in de positieve zin, door bijvoorbeeld hun sterke kern aan te geven? (bijvoorbeeld gebruik makend van de restauratieladder van ERM).

–     Kan het NCE voldoende cursussen creëren die aansluiten op de zeer gespecialiseerde restaurator die de enige (of een van de weinige) is binnen zijn discipline?

  • Cursussen volgen puur en alleen om punten te behalen zou kunnen zorgen voor een (corrupte) puntenjacht, in plaats van een inhoudelijke verrijking binnen het vakgebied.
  • Er waren veel vragen over de experts die de beoordeling gaan doen: wie zijn de experts, hoe deskundig zijn de experts, kunnen zij een restaurator van een andere discipline beoordelen en kunnen zij onbevooroordeeld een restaurator van dezelfde discipline beoordelen, welke spanningsvelden gaat deze procedure in ons vakgebied veroorzaken? Riskeren we het niet om zo nog meer verdeeld te zijn dan nu?
  • Hoe doorslaggevend (procentueel) is het oordeel van de expert tijdens de toelating in verhouding tot de overige registratie-eisen?
  • De aanmeldingskosten stuiten de meeste mensen tegen de borst. Voor velen zijn die veel te hoog. Hobéon gaf een verklaring voor de hoge kosten, daar leek begrip voor te zijn. Het werd ook duidelijk dat de €1000-1200,- eenmalig is en dat de herregistratie na 5 jaar een minder hoog bedrag zal zijn (€125-€400,–?). Toch blijft €1200,- een erg hoog bedrag, wat vooral voor de kleine zelfstandigen betekent dat dit een prijsverhoging van hun uurtarief gaat inhouden waardoor ze inkomsten mislopen, dit geldt ook voor beginnende restauratoren. Er werd wel terecht opgemerkt dat deze kosten belasting aftrekbaar zijn voor de ZZP’er. Voor de museumrestaurator is het de vraag of de instelling voor hen wil of kan betalen.
  • Hoe is het mogelijk dat er straks twee onafhankelijke toetsingsinstellingen zijn (Hobéon en SGS) die verschillende bedragen kunnen rekenen voor het toetsen? Iedere kandidaat moet toch gelijkwaardig getest worden?
  • Wat gebeurt er als je afgewezen wordt? Welke kosten betaald de afgewezene dan?
  • Is het lidmaatschap van het oude Restauratoren Register van invloed op de nieuwe inschrijving? Bestaat daar bijvoorbeeld een financieel voordeel, of vervalt een deel van de toelating? Is dat terecht?

“Laat me vooropstellen dat ik er een groot voorstander ben van een kwaliteitskeurmerk voor restauratoren. Er blijkt te vaak dat hier een noodzaak toe is. De groep aanwezige restauratoren zouden dacht ik allemaal toegelaten moeten worden, voor zover ik deze ken. Toch bestaat bij velen van hen (ook bij mij) onzekerheid of ze wel toegelaten zullen worden, maar ook of het register in de vorm die nu gepresenteerd is wel de juiste weg is.

Ik heb niet het idee dat de bijeenkomst deze onzekerheid heeft weg kunnen nemen. Zelf had ik vooraf het idee dat het een vrije keuze zou zijn om me bij het register aan te sluiten of niet. Als restaurator zonder specifieke opleiding heb ik vijf jaar de tijd, daarna vervalt voor mij de mogelijkheid om me in te schrijven. Tijdens de bijeenkomst is gezegd dat het register actief onder de aandacht gebracht gaat worden bij opdrachtgevers, zoals musea en overheid. Hierdoor voel ik mij gedwongen om me in te schrijven, wat ik niet een heel goede zaak vindt.” (Maurice Steemers, Hout- en meubelrestaurator)

“Als freelance restaurator met regelmatig tijdelijke contracten in de museumwereld, soms parttime, soms fulltime, voel ik mij vooralsnog ondervertegenwoordigd in het register. Als het register er voor ALLE restauratoren wil zijn, en dat lijkt me niet meer dan logisch voor een goed functionerend register, dan moet er op dat gebied nog veel gebeuren. Ik weet uit ervaring dat het onderwerp van het register bij veel museumrestauratoren die ik ken niet of nauwelijks leeft. Daarnaast vraag ik me af of ik überhaupt wel in aanmerking kom voor een registratie. Ik doe veel onderzoek binnen mijn vakgebied; ik zie dat als een essentiële manier om het vak vooruit te helpen. Maar kom ik daarmee aan het vereiste aantal uren als praktiserend restaurator? Ik vraag het me af. “ (Esther van Duijn, schilderijenrestaurator)

“Ik vond de bijeenkomst nuttig omdat het altijd goed is om over dit soort processen met elkaar van gedachten te wisselen, zodat dat wat voor de toekomstige gebruikers een pijnpunt is, benoemd kan worden. Toch ging ik er weg met een licht onbevredigd gevoel omdat het, ook blijkens de gesprekken in de wandelgangen, zowel voor ZZP’ers als voor instellings-restauratoren onduidelijk bleef waarom je je eigenlijk zou moeten inschrijven in het register. Het argument dat daar misschien in de toekomst meer werk uit voort komt was wel duidelijk maar niet sterk.” (Robien van Gulik, papierrestaurator)

“In het Nieuwe Restauratoren Register zou ik graag een structuur willen zien die niet alleen commerciële voordelen levert, maar ook een structuur dat ons beroep versterkt. Als ZZP restaurator voel ik me kwetsbaar tegenover de grote instellingen: denk bijvoorbeeld aan de tijd die we steken in de offerten zonder dat we een vergoeding daarvoor kunnen vragen, denk aan de aankoopvoorwaarden die we soms gedwongen zijn te tekenen waardoor we afstand moeten doen van onze rechten op intellectueel eigendom. Dit heeft veel te maken met het feit dat we slecht georganiseerd zijn en onbeschermd door een structuur. Zou het Restauratoren Register voor ons ook een woordvoerder kunnen zijn en bijvoorbeeld afspraken kunnen maken over onze werkvoorwaarden met de Nederlandse Museumvereniging, in gesprek kunnen gaan met opleidingen zoals de UvA en de ontwikkeling van nieuwe Europese normen kunnen bewaken? Als in de toekomst het Restauratoren Register een woordvoerder van ons beroep kan worden, ben ik helemaal voor en heb ik geen bezwaar tegen hoge registratiekosten.
Ondanks al mijn twijfels over de huidige vorm van het Restauratoren Register, over de relatie met de koppelende organisatie ERM en wat ERM voor ons kan betekenen, zie ik ook positieve aspecten in het register zoals bijvoorbeeld de betrokkenheid van de UvA restauratieopleiding voor de organisatie van de bij- en nascholing. Ik wil dus graag een kans geven aan het Nieuwe Restauratoren Register en het ook de tijd geven om te groeien tot een structuur dat echt bij ons past. Op één voorwaarde: dat we massaal mee doen, zelfstandige restauratoren én museale restauratoren bij elkaar, om voldoende gewicht binnen de organisatie te hebben en de koers van het beleid te kunnen beïnvloeden. Zijn we in staat om solidair te worden? (Aleth Lorne –  Beelden restaurator)

“Het register zou goed zijn voor het serieus nemen van het vak, daar zou de aandacht op gevestigd moeten worden door RN in plaats van elkaar te keuren. En als je al gaat registreren, is het dan realistisch om één register voor zoveel verschillende disciplines te ontwikkelen? Iedere discipline vraagt een eigen benadering. Waarom zou alles inhoudelijk samengevoegd moeten worden?  Dat maakt het nodeloos ingewikkeld en men gaat te veel generaliseren.
Een ander punt is dat van het opleidingsniveau. Voor de discipline schilderijen is er een WO opleiding. Om schilderijenrestaurator te worden zal je de opleiding moeten doen die ervoor bestaat. Je wordt ook geen arts met enkele cursussen en twee jaar extra praktijkervaring. De groep restauratoren die geen opleiding hebben gedaan omdat die nog niet bestond, wordt steeds schaarser en zal met de jaren verdwijnen.”  (Pauline Marchand- schilderijenrestaurator)

“Waarom zou er hoofdelijk getoetst worden door andere restauratoren (die toch al lid zijn van Restauratoren Nederland) via Hobéon of SGS en daarmee het voor velen onbetaalbare bedrag van circa € 1200,00 per restaurator in rekening brengen? Dit terwijl Hobéon ook scholen certificeert en niet de individuele leraren. Mijn voorstel is daarom: Hobeon of SGS gaat samen met een samengesteld team van Restauratoren Nederland aan tafel zitten en laat zien waar elk lid die in de deelgroep (Geregistreerd Erkend Restaurator) toegevoegd wilt worden aan moet voldoen.“

“Het is belangrijk dat de standaard en vakbekwaamheid van een restaurator gewaarborgd moet worden. Er zijn restauratoren die niet gediplomeerd zijn, maar wel degelijk door eigen studie, jarenlange praktijkervaring en privécursussen bij ambachtsmensen wereldwijd die de verloren technieken en kennis nog wel beheersen, op een hoog niveau, vakbekwaam en verantwoord kunnen restaureren. De vraag is dan: Wie controleert en certificeert deze groep aan vakbekwame restauratoren?”

“Het idee van een register is goed, echter in Amerika bestaan de ‘Unions’, oftewel de vakbonden. De kosten zijn door deze vakbonden hoger, maar er wordt dan wel kwaliteit gegarandeerd en over het algemeen gewerkt volgens een correcte werkethiek. Echter in praktijk zijn er wel een paar miljoen illegale Mexicanen aan het werk, omdat de klant een goedkopere offerte verkiest boven de duurdere ‘Union’ offerte.”  (Erik Winkler – glaskunstenaar en restaurator verguldingen)

‘De huidige benaming van het register als een register van restauratoren roerend erfgoed is onjuist. Er bestaat geen verschil tussen een restaurator roerend of onroerend erfgoed, een restaurator werkt aan een object binnen zijn of haar discipline en het maakt niet uit of deze roerend of onroerend is. Een metaalrestaurator, een houtrestaurator of schilderijen restaurator kan zowel aan een object werken in het atelier of op locatie (bv hijsinstallatie, preekgestoelte, beschilderde behangsels).

De definitie die het register hanteert voor de term restaurator is mij onduidelijk. Het lijkt er op dat het register geneigd is hieronder ook de beroepsbeoefenaars werkzaam in de restauratie te vatten, zoals de meubelmaker, schilder of smid, terwijl deze vakgebieden, net als de architect, vanuit een andere insteek werkzaam zijn dan een restaurator. Zij maken nieuw werk bij restauratieprojecten. Mocht het idee bestaan om deze groep gelijk te stellen aan restauratoren en deze samen te voegen in één register zonder duidelijk onderscheid dan slaat het register de plank mis. Ter vergelijking: een arts is ander beroep in het BIG register dan een verpleger. Dat onderscheid moet duidelijk zijn. Ik pleit daarnaast voor verschillende categorieën restauratoren: junior versus senior en ambachtelijk versus academisch.’(Bernice Crijns)

Kortom: er zijn veel waardevolle punten aangestipt door de leden die er op de dag waren. De bijeenkomst was daarom ontzettend nuttig en belangrijk, maar deze bijeenkomst heeft lang niet alle zorgen weggenomen. Veel vragen zijn beantwoord, maar de reacties wezen ook op een onbevredigd gevoel.

Het ERM maakt zich echter geen zorgen. Dit hoort bij de opstartfase van een register. Het ERM heeft al vele registers opgezet en de zorgen en weerstand zijn er in het begin altijd. Dit is een erg belangrijke fase om het nog te kunnen verbeteren, nu er de komende twee jaar ‘geschaafd’ kan gaan worden.

Het is een geruststellende gedachte dat Jazzy de Groot de punten uit dit verslag (en de overige genotuleerde punten) mee gaat nemen in haar rol binnen de begeleidingscommissie. Hopelijk kunnen de vele ‘verlate’ reacties nog verwerkt worden in het RR. Hoe meer er kan worden geschaafd en verbeterd, hoe meer restauratoren zich zullen aanmelden en het avontuur met Jazzy aandurven.

Als het lukt om alle input zo te verwerken dat alle RN restauratoren zich er in kunnen vinden, alleen dan wordt het een representatief register voor alle restauratoren.

[1] De definitie van bij- en nascholing is onlangs beter gedefinieerd; Bijscholing is bedoeld voor restauratoren die het vak hebben geleerd oen er geen opleidingen bestonden in Nederland. Deze restauratoren komen daarom in aanmerking voor de overgangsregeling met bijscholing bij de registratie. Deze regeling zal 5 jaar bestaan nadat de bijscholingsmodules zijn ontwikkeld (de modules moeten binnen 5 jaar gereed zijn). Nascholing is bedoeld voor de restauratoren die een erkende opleiding hebben gevolgd, maar up-to-date moeten blijven in hun werkveld en zo punten kunnen behalen voor herregistratie.