Werkgroep Boek, Papier en Fotografie

De reconstructie van een achttiende-eeuwse ‘Franse’ band in heel leer met Jeff Peachey

Workshop door Restauratoren Nederland mei 2016

tekst: Constant Lem

Het maken van historische boekmodellen is een bron van kennis over het oude boek. De beste manier om zo’n historisch model te maken is aan de hand van een historische handleiding. De oudst bekende zijn van Nederlandse oorsprong: Beschrijvinghe des Boeckbinders Hantwerck van Anshelmus Faust (1612) en Kort Onderweijs van het Boeckenbinden van Dirc de Bray (1658). Deze handleidingen  hebben echter een manier van beschrijven die maakt dat ze voor ons veel onduidelijkheden bevatten, onduidelijkheden die enigszins kunnen worden verhelderd door herhaaldelijk invoelend her-lezen. En door het bestuderen van de historisch exemplaren van de beschreven bindwijze: oude boekbindhandleidingen vormen een bron van kennis van het oude boek, maar die boekbindhandleidingen laten zich pas goed begrijpen dóór bestudering van die oude boeken.

Het meest vruchtbaar is het een historisch model te maken aan de hand van een historische handleiding onder leiding van een docent die deze handleiding grondig kent en op alle onduidelijkheden al eerder gestuit is, ze voor een deel heeft opgelost, maar steeds openstaat voor de oplossingen die worden gezien door anderen, door mensen die zich al eerder in het onderwerp verdiept hebben of door mensen die volstrekt blanco en onbevangen op het onderwerp reageren.

Zo’n workshop werd gegeven door de Amerikaanse boekbinder, restaurator en gereedschapsmaker Jeff Peachey. Onderwerp van de workshop was de leren band met vaste rug die in de 18e eeuw vooral op octavo boekjes in Frankrijk zeer veel is toegepast. De cursus vond plaats in het atelier van Wytze Fopma in het Friese Wier en het was boeiend en leerzaam van dag 1 tot dag 5.

In een gezelschap van boekrestauratoren -werkzaam bij bibliotheek, archief of particulier atelier- en boekbinders -in de praktijk werkzaam, of in een ver verleden werkzaam geweest- werd een leren band met vaste rug, opliggende bindingen en gesloten scharnier gemaakt aan de hand van de 18e-eeuwse Franse handleidingen van Dudin, de Gauffecourt, en de afbeeldingen bij Diderot. Tijdens de cursus werden technieken toegepast die allang in onbruik zijn geraakt (het kloppen van het boekblok of de platten met een hamer van een kilo of vier, het gebruik van de snijploeg). Niet alleen begrijp je daarmee iets meer van de aard van het werk van een boekbinder anno 1750, maar ook krijg je daarmee inzicht hoe andere materialen en andere verwerkingsmethoden in een ander boek resulteren, hoe heel de tactiliteit van het boek daardoor anders wordt, anders dan wanneer je eenzelfde model zou maken zónder die oude materialen en in onbruik geraakte technieken. Je begrijpt waarom platten al voor het snijden en knepen worden aangebracht en wat het gevolg is van het knepen van de boekrug óp die platten. Je begrijpt de in het uiteindelijke resultaat nauw waarneembare, maar voor deze bindwijze zo karakteristieke detailverschillen, waarvan sommige expliciet beschreven worden door de handleiding, andere afgeleid kunnen worden uit wat je veelvuldig aan originele banden uit die tijd kunt waarnemen.

Jeffs methode van lesgeven is anders dan met name de boekbinders gewend zijn. Een overstek is voor een klassiek geschoolde boekbinder 3 mm en niet 2,5 mm, en 90 graden is 90 graden, en zo zit dat. Hoewel Jeff zijn bronnen verdomd goed kent en heel goed weet wat hij doet, gaf hij zelden eenduidige of compleet dwingende instructies: hij was zich terdege bewust van de onvolledige, soms gebrekkige beschrijving van de handleiding en hij nodigde bij voortduring de cursisten uit vragen te stellen -zonder ze altijd te kunnen beantwoorden-, opmerkingen te maken en verklaringen te geven voor tot dan onopgehelderde onderdelen van de beschrijving. Deze ‘open’ werkwijze en ook het voorlopig eindresultaat -het gebonden en beklede, maar nog niet afgewerkte boek- leek voor sommigen verwarrend, gewend als ze waren aan duidelijker richtlijnen, strengere instructies en strakkere lijnen. Een verwarring die uiteindelijk tot een oplossing kwam toen het boek in zijn finale bewerking, door een eenvoudig toep-patroontje met ijzergallusinkt en een behandeling met eiwit en stijfsel toch nog veranderde in een historisch bandje dat er overtuigend uitzag en bekend voorkwam, een boek waaruit alle eerdere onvolkomenheden leken te zijn verdwenen maar die in werkelijkheid aan die bevredigende eindindruk bijdroegen.

Grote kunst bij het maken van historische modellen is om niet te kijken met moderne ogen en met moderne opvattingen, maar –bijna onmogelijk- alles wat je weet en kent, twee eeuwen boekbindtraditie van steeds strakker en steeds rechter  werken, los te laten en te proberen met een onbezwaard gemoed de kennis, houding en werkwijze van toen in je op te nemen en werkzaam te laten worden. Jeff Peachey heeft ons door zíjn ervaring en know how toegang gegeven tot die kennis, geleerd de bronnen te interpreteren, te werken volgens de methoden van die tijd en ons door het resultaat daarvan  momenten van grote voldoening gegeven.